MEROL balt haar vuisten en ramt het patriarchaat tot moes

Albumrecensie – Leve De Feeks

Dit stuk is geschreven door Mijs van Iersel in het kader van het vak Kunstkritiek

Een liedje over beffen en de orgasmekloof, het nummer “LEKKER MET DE MEIDEN en een jolig nummer over een kneuterige kerst met je gezin – al sinds haar doorbraakhit in 2019 is MEROL een onmisbare noot in het Nederlandse poplandschap. Meestal werden haar liedjes vol scherpe observaties en maatschappijkritiek onthaald met wat gegiechel – want ja, een vrouw die over seks zingt, dat neem je toch niet serieus? Maar met haar nieuwe album Leve De Feeks toont Merel Baldé dat ze allang niet meer gezien hoeft te worden als dat meisje met de rode haren dat grappend zingt over het kerstfeest of orale seks; een verstikkend hokje waar ze door de mainstream-media en critici lang in werd geplaatst. Nu Baldé volop zuurstof opeist door zich daar nog maar weinig van aan te trekken, komt ze volledig tot haar recht op een plaat die MEROL schreeuwt. Waar ze in 2019 nog de scherpe feministische randjes wegschuurde, en zichzelf zelfs een “perongeluk-feminist” noemde, contrasteert Leve De Feeks met een heel ander geluid. Onderwerpen die op haar eerdere albums al werden aangesneden, verpakt in een pop-pakketje, dreunen nu als een bombrief met een technobeat door de speakers. Aan alles merk je overduidelijk; het is urgent dit keer.

Die urgentie is te voelen in elk van de 12 nummers op het album. Al vanaf het eerste refrein van het eerste liedje, wordt het duidelijk dat niks of niemand Merel een blad voor de mond kan doen nemen. Zowel de tekst als de instrumentatie laten zich niet weglachen of wegzetten bij het oud vuil. Het eerste nummer op de tracklist, “Hardnekkig”, opent dan ook met een snijdende, bassige synth. Merel confronteert een denkbeeldige man (of het patriarchaat?): ‘Je staat best open voor een mening / Maar niet van een boze schreeuwerige feminist.’ Zo. De toon is gezet. En dit blijkt nog maar het topje van de muzikale ijsberg te zijn – de échte parels staan wat verder op de plaat.

Voor de productie heeft Merel de handen ineengeslagen met elektronisch muzikant-producer Jeroen Pessemier (bekend van o.a. The Subs). Baldé en Pessemier kozen bij dit album voor een techno-pop sound met een kleinkunst aanpak – dat houdt in dat de tekst eerst werd geschreven, en daarna pas is gecomposeerd. Dat gaat in tegen de heersende popindustrie-idealen, waarbij muziek vooral éérst een goede hook moet hebben,  zodat het aanslaat in korte filmpjes op social media. Daarbovenop werd de plaat uitgebracht door Merels eigen platenlabel. Dat betekent dat er geen concessies gedaan worden. En dat er geen platenbazen het creatieve proces in de weg staan door toch nog een radiohitje extra op de plaat te willen proppen. Een plaat die op en top eigen is, waar ze naar eigen zeggen helemaal achter staat. Van de visie tot het eindresultaat; dit is wat het had moeten worden. Dat resulteert in een ontzettend rauwe, rakende plaat waarvan je kan horen dat hij regelrecht uit het hart komt.

Als luisteraar van Leve De Feeks krijg je het gevoel dat je dichter op Merels huid zit dan bij  haar andere twee albums. Voorheen voelde MEROL eerder als een soort pop-prinsespersona van Baldé, performend in een studio, met een dergelijke afstand tot haar dagelijkse zelf. Maar op deze plaat versmelt MEROL met Merel. Zo zingt ze bijvoorbeeld over haar kinderwens, en alle gevoelens die daarbij komen kijken, op single “Baby”. Het nummer gaat over het niet zeker weten, wel of niet willen, en dat de tijdsdruk van de maatschappij én haar lichaam daar niet bij helpt. Het lijkt bijna alsof er pagina’s van Merels dagboek beland zijn op de stapel met liedteksten. Die persoonlijke toon zorgt voor kwetsbaarheid, maar zet haar kritische teksten ook kracht bij. Het zijn échte struggles waar échte vrouwen mee te maken hebben, en niet alleen feministische leuzen om gewoon maar te roepen. ‘Heb ik het wel in me als ik twijfel over deze dingen?,’ zingt ze vastberaden in de bridge. Een ander nummer waarin Merel openhartig is over wat er maalt in haar hoofd, is “Uitstekende Kut” (pun intended). Hierin krijgen haar schaamlippen beiden een eigen stem, en schreeuwen ze haar toe dat ze zich maar beter onthoudt van een schaamlipcorrectie, ze zijn goed zo en hebben ook nog nooit een formele klacht ontvangen. Herhaaldelijk schalt het ‘Kut, je kut, je kut is uitstekend / Uitstekend is je kut’ over een fenomenaal geproduceerde industriële instrumental die niet zou misstaan in een zweterige technoclub ergens in Berlijn.

Het album schijnt het felst op de hardere nummers, met knarsende productie, kwade stampende drums en gierende gitaren zoals “Rat”en “Skinroutine, Bikinilijn”. In “Skinroutine, Bikinilijn” rekent MEROL af met schoonheidsidealen op haar lelijkst – en dat is bedoeld als compliment. Haar anders wat meer luchtige vocalen maken plaats voor een hekserig geschreeuw: ‘Ik wil geen beauty zijn / Ik ben het beest / Ik wil geen cutie zijn / Ik ben een feeks.’De gestripte drumbeats in het couplet laden op tot een ontploffing van gitaren en gestomp in het refrein, en met elk woord klinkt Merel kwader. Het nummer voelt als een exorcisme – die schoonheidsidealen maken je blut, ongevaarlijk en onzeker – weg met die stem in je hoofd die daar is geplant door bedrijven die willen verdienen aan jouw onzekerheden.   

Leve de Feeks is kwetsbaar, gedurfd, vlammend, troostend en zonder excuses. Maar bovenal klinkt er oprecht, bevrijd plezier door in de klanken van de plaat. Aan alles is te horen dat MEROL zich heeft losgevochten van verwachtingen en schaamte, waardoor haar passie en boosheid luid en duidelijk te horen zijn.  En geef haar eens ongelijk; in een wereld als die van vandaag, mogen we als vrouwen best allemaal een beetje bozer zijn. En die boosheid vooral niet wegstoppen om behaaglijk te zijn. Met dit album geeft MEROL ons een extra duw in de rug om onze innerlijke feeks vrij te laten.

Leave a Comment