Thomas van Luyns ADHD-theater: experivagant of chaotische stapeltjes?

Theater recensie – De grote ADHD experivaganza

Dit stuk is geschreven door Doks Versteegh in het kader van het vak Kunstkritiek

De grote ADHD experivaganza van Thomas van Luyn is te beschrijven als ‘ADHD-on-ADHD-crime’. Door ADHD als onderwerp te gebruiken voor een theatershow hebben duizenden ADHD’ers door het hele land nu een uur lang stil moeten zitten in een theaterzaal, waar ze heen zijn gesleurd door hun familie of vrienden (“Kijk, het gaat over jou!”). Als een van de ongelukkige slachtoffers zat ik op 19 september in het Chassé Theater Breda in spanning af te wachten hoelang het nog zou duren tot de voorstelling begon. In ware ADHD-fashion was Van Luyn namelijk te laat. Toen hij uiteindelijk toch begon, leunde ik achterover en gaf me over aan het stilzitten.

De televisiemakers charisma is voor de generatie die opgegroeid is met kopspijkers, met Studio Snugger, hem tegen is gekomen in Wie Is De Mol 2022, of een voorstelling van zijn cabaretgroep Ajuinen en Look niet onbekend. Zoals verwacht van de model-ADHD’er danst hij haast op het podium terwijl hij sneller anekdotes uitslaat dan ik door TikToks kan scrollen. Hier ligt de grootste sterkte van zijn theaterstuk ook; Van Luyn slaagt erin om zijn publiek het gevoel te geven dat ze hem net hebben ontmoet op een feestje en nu naar een dikwijls chaotische vertelling van een van zijn verhalen aan het luisteren zijn. We lachen hem zowel toe als uit, terwijl hij vertelt over zijn ‘administratie’ (papieren op een zo klein mogelijk oppervlak leggen en niet meer aan denken), of wanneer hij ons vertelt dat de chaos in de Kruidvat alleen maar veroorzaakt kan zijn door ADHD’ers. Typisch Hollandse zelfspot wordt gebruikt als een schild om de daadwerkelijke moeilijkheden van leven met ADHD wat behapbaarder te maken.

Soms lijkt Van Luyn het echter zo behapbaar te willen maken dat het materiaal in gepureerde babyvoeding verandert. Hij benoemt serieuze onderwerpen wel, maar heeft ogenschijnlijk niet de intentie om dit echt hard aan te laten komen. Zo benoemt hij dat hij een tijd lang heeft geworsteld met een verslaving aan videogames, wat zorgde voor problemen in zijn huwelijk en bij het opvoeden van zijn kind. Zo verwoord klinkt het best heftig, maar de toon waarop Van Luyn dit verkondigt zou je doen denken dat hij aan het vertellen is over een bijzonder mislukte pannenkoek. Enerzijds is het oké voor cabaret om serieuze onderwerpen bespreekbaar te maken aan de hand van humor. Anderzijds lijkt Van Luyn met dit theaterstuk iets meer weg te willen zetten dan gewoon een stuk theater dat alleen maar amuseert. Hij stelt zich ontzettend kwetsbaar op en probeert zijn hele levenservaring in één ‘experivaganza’ te delen met het publiek. Hierbij durft hij zijn voet kennelijk echter niet volledig van het gaspedaal te halen en stil te staan in de zwaarste gebieden van zijn belevingswereld.

De humor doet immers zijn voordeel met het hoge tempo. Als bezeten door Jochem Meyers geest beweegt Van Luyn zich over het podium. Van het ene onderwerp raakt hij op een zijspoor, dan weer op een bijspoor, dan op een bijzijspoor tot ook jij niet meer weet wat nou ook weer het hoofdspoor was. Dit werkt uitstekend op komisch vlak. Soms raakt de rode draad hierdoor wel makkelijk verloren, waardoor de toeschouwers (al helemaal de ADHD’ers) nog wel eens afgeleid op een eigen ongerelateerd zijspoor kunnen belanden. Het is immers even leuk om een onbekende te ontmoeten op een feestje, maar na een uur lang alleen maar geluisterd te hebben, dwaal je vaak toch een beetje af. Dit graprecept heeft een uitstekende basis, maar blijft af en toe iets te lang in de oven zitten.

Waar hij de auto af en toe echter wel parkeert, is in de muzikale territoria. Hij speelt drie nummers gedurende het theaterstuk. Deze beginnen, in de stijl van het gehele chaotische stuk, op onverwachte momenten en bovenal met onvoorspelbare instrumenten. Het ene nummer zit hij achter de piano, en het volgende verschijnt een ukelele plotseling in zijn armen. Deze muziek voegt een derde dimensie toe voor stuiterbal Van Luyn om zich in te bewegen. Hoewel de muziekstukken misschien niet geheel Idols-waardig zijn, zijn ze vast en zeker experivaganza-waardig. Met de muziekstukjes slaagt Van Luyn er het best in om het volledige bereik van zijn theater te laten zien. De nummers zijn tegelijk grappig en chaotisch, en weten op deze manier de ADHD-geest ontzettend goed te vangen, maar durven ook juist serieuzer en droeviger te zijn. De muziek gaf mij het gevoel dat de obstakels die ik in het dagelijks leven tegenkom echt gezien werden door de man die voor me stond. Dat is waarvoor ik op het eind dan ook applaudisseer; dit is iets waar veel kunst immers niet in slaagt.

Van emotionaliteit naar rationaliteit, Van Luyn verwerkt af en toe ook nog een wetenschappelijk segment. Hij stelt een vraag over ADHD aan presentatrice Anna Gimbrère, die hier vervolgens via een videoverbinding een biologisch antwoord op geeft. In tegenstelling tot de muzikale dimensie, is de ruimte die hier toe wordt gevoegd in mijn optiek te verwaarlozen. Deze segmenten voelen namelijk aan als één van de half-afgemaakte ADHD-ideeën die hij dikwijls benoemt tijdens de voorstelling. Deze voorstelling heeft als doel de ervaring (experi(ence) zit immers in de naam) van ADHD over te brengen op een komische manier. Uitleggen door welke stofjes ADHD veroorzaakt wordt, slaat in beide gevallen de plank mis en raakt hierbij per ongeluk de plank van verveling. Veel meer kan ik je jammer genoeg niet vertellen over de stukjes; wel heb ik in de tijd dat ze speelden een boodschappenlijstje in mijn hoofd opgesteld!

De grote ADHD experivaganza is in zekere zin precies wat het belooft. Een chaotisch stuk dat het ‘normaal’ van ADHD’ers op groteske manier afbeeldt. Sommige delen weten dit heel effectief te doen. Door Van Luyns karakter en sterke manier van vertellen wordt het publiek betrokken bij zijn belevingswereld en voelt het een tijdje daadwerkelijk alsof je in zijn hoofd leeft. Sommige blijken echter iets te extravagant of misschien iets te ADHD om helemaal goed te werken in het theater. Het stuk is doelmatig chaotisch, maar dat zorgt er ook voor dat sommige delen niet helemaal tot hun recht komen en dat de rode draad soms lastig te volgen is. Van Luyn beschrijft dat hij vaak stapeltjes maakt in plaats van echt zijn ruimte goed te ordenen. Dit stuk is wellicht ook zo’n kamer. In plaats van dat er echt een coherent stuk gevormd is, zijn dit eerder stapeltjes, stapeltjes, stapeltjes. In sommige van deze stapeltjes is echter wel goud te vinden.

Leave a Comment