Code Diversiteit & Inclusie

 

Geschreven door Liedeke Plate

 

De invoering van de Code Diversiteit & Inclusie in de culturele en creatieve sector markeert een kentering in onze samenleving. Al lang wordt er gedebatteerd over meer diversiteit in het culturele veld en een inclusief
cultuurbestel
. Het startschot voor deze maatschappelijk discussie werd
gegeven door toenmalige staatssecretaris Rick van der Ploeg, die in 1999 met zijn cultuurnota Cultuur als confrontatie en zijn programma voor culturele diversiteit de knuppel in het hoenderhok gooide. Zijn constatering dat de cultuursector erg wit was en slechts een beperkte publieksgroep bereikte en zijn opdracht om daar verandering in aan te brengen zorgde voor de noodzakelijke opschudding. Sindsdien worden er stappen vooruit en achteruit gezet. Wat maakt de Code Diversiteit & Inclusie dan nu anders? Allereerst is de Code Diversiteit & Inclusie door de sector zelf geschreven. Bedoeld ‘voor iedereen die werkt in de culturele en creatieve sector, voor alle aan de sector gerelateerde organisaties, voor iedereen die de sector ondersteunt en alle afnemers van kunst, cultuur, creatieve producten en diensten’ raakt de Code bovendien echt iedereen. Tot slot staat deze Code niet op zichzelf, maar vormt het onderdeel van een reeks inspanningen om de diversiteit van de Nederlandse samenleving te reflecteren. Daarom
zou de Code Diversiteit & Inclusie weleens het moment kunnen markeren waarop het zogenaamde ‘tipping point’, het kantelpunt is bereikt: het moment waarop voldoende kritische massa is bereikt en veranderingen om de sector diverser en inclusiever te maken in een stroomversnelling raken. 

image


De Code
De Code Diversiteit & Inclusie wordt gepresenteerd als ‘een instrument van zelfregulering.’ Het is een gedragscode van, voor en door de Nederlandse culturele en creatieve sector met als doel hun[i] werk, producten, diensten en organisaties voor iedereen toegankelijk te maken. Aandacht gaat hierbij uit naar de ‘vier P’s’: Programma, Publiek, Personeel en Partners. Zo worden de verschillende aspecten, partijen en dimensies van de culturele en creatieve sector bij de veranderingen betrokken: de code betreft niet
alleen de producten en diensten, hun afnemers en alle mensen die de culturele en creatieve sector werken, maar ook externe personen en organisaties waar ze opdrachten aan verstrekken of mee samenwerken.

De code raakt iedereen
‘De code is er voor iedereen die werkt in de culturele en
creatieve sector, voor alle aan de sector gerelateerde organisaties, voor
iedereen die de sector ondersteunt en alle afnemers van kunst, cultuur,
creatieve producten en diensten. De code is van toepassing op gesubsidieerde en niet-gesubsidieerde organisaties.’ Zo staat er in de Code Diversiteit & Inclusie. Wie deze toelichting op de doelgroep voor de Code leest, realiseert zich al snel dat deze dus haast iedereen in Nederland omvat. De Code is er immers voor de hele culturele en creatieve sector, alle werkenden binnen de sector (d.w.z. alle werkgevers, opdrachtgevers, werknemers, opdrachtnemers, zelfstandig ondernemers, stagiairs,
vrijwilligers en leden van de Raden van Bestuur of Raden van Toezicht), alle
aan de sector gerelateerde organisaties (o.a. brancheorganisaties, werkgevers-en werknemersorganisaties, adviesorganen, uitvoeringsorganisaties, onderzoeksinstellingen en (kunstvak)opleidingen) en voor iedereen die de sector ondersteunt – overheden (Rijk, provincies en gemeenten), fondsen (publiek en privaat) en overige sponsors zoals het bedrijfsleven of privépersonen. Omdat de culturele en creatieve sector sowieso haast iedereen op de een of andere manier raakt – de Code hanteert als afbakening de door het Sociaal Cultureel Planbureau in Het culturele leven (2018) gehanteerde indeling, te weten: podiumkunst, beeldende kunst, literatuur, film & videokunst, architectuur, design, digitale cultuur, roerend erfgoed, onroerend erfgoed en immaterieel erfgoed – zullen de effecten van de Code verstrekkend zijn en de gevolgen ervan voelbaar in allerlei aspecten van het sociale en culturele leven.

Concerted effort
De effecten en gevolgen van de Code zullen verstrekkend zijn niet alleen vanwege de aard van de culturele en creatieve sector en de plaats ervan in het sociale leven, maar ook omdat de Code onderdeel vormt van een reeks inspanningen om de diversiteit van de samenleving te reflecteren. De Code Diversiteit & Inclusie staat niet alleen. Ongeveer tegelijkertijd met de presentatie van de Code kwam de SER met het advies Diversiteit in de top, tijd voor versnelling waarin de SER pleitte voor meer gender- en culturele diversiteit in bedrijven en een inclusieve organisatiecultuur.
Deze inspanningen voor inclusiviteit volgen bovendien op eerdere inspanningen, ook in andere sectoren, zoals de politie en de zorg, alsook ontwikkelingen in de rest van de wereld. Denk aan de discussie die in 2015 onder de hashtag #OscarsSoWhite ontspon en hier aandacht genereerde voor het gebrek aan diversiteit in de Nederlandse media en filmindustrie; of aan de verhitte discussie in de Internationale Raad voor Musea afgelopen zomer over een nieuwe definitie van het museum als ‘democratising, inclusive and polyphonic spaces for critical dialogue about the pasts and the futures’. Terwijl ik dit stukje schrijf werken studenten en docenten in Amsterdam aan een akkoord over een inclusief en maatschappelijk betrokken hoger onderwijs en wordt de Canon van Nederland onder leiding van James Kennedy herijkt in opdracht van de minister. Tezamen vormen deze en vele andere hier onvermelde
inspanningen voor inclusiviteit als het ware een concerted effort om onze instituties net zo divers te maken als de samenleving die ze bedienen: een gezamenlijke inspanning, niet per se georkestreerd – veel initiatieven ontstaan immers onafhankelijk van elkaar – maar wel in (goede) harmonie.

Een stappenplan
Om de gedragscode te implementeren biedt de Code Diversiteit & Inclusie een vijfstappenplan.

image

Beginnend bij zelfreflectie – waar sta je ten aanzien van diversiteit en inclusie; wat zijn de blinde vlekken van jezelf en van je organisatie, onbewuste vooroordelen – naar het expliciet maken van het belang
en de betekenis van diversiteit en inclusie voor de organisatie in missie,
visie en doelstellingen, het creëren van commitment en draagvlak, het maken van een plan van aanpak en het monitoren en evalueren van de uitvoering ervan, biedt het vijfstappenplan een helder actieplan om met de gedragscode aan de slag te gaan. Voor de opleiding Algemene
cultuurwetenschappen
is de betekenis ervan tweeledig. Als zelfregulerende
gedragscode van de culturele en creatieve sector – de sector waar ons onderwijs zich op richt – wordt de Code Diversiteit & Inclusie besproken in onze colleges: wat betekent de Code voor ballet? De muziekwereld? Kan de boekenbranche nog wel achterblijven? Zo leren onze studenten ook dit maatschappelijk belang van kunst begrijpen en bepleiten.
Daarnaast biedt de Code handvatten om ons eigen onderwijs inclusiever te maken. Als opleiding voor allround cultuurwetenschappers zijn wij immers zelf een aan de culturele en creatieve sector gerelateerde organisatie voor wie de code van toepassing is. We gaan er dus mee aan de slag, om onze studenten nog beter op de wereld van morgen voor te bereiden.

image


[1] Volgens de Van Dale zou ik hier ‘zijn’ moeten schrijven. In het Nederlands is het woord ‘sector’ immers mannelijk. Met ‘hun’ kies ik hier voor inclusiever taalgebruik.